George Goossens (1899-1977) is directeur van de dakpannen- en steenfabriek N.V. Russel-Tiglia. In 1935 werd door kapelaan Boost in Tegelen een boetseerclub opgericht. Goossens leverde de klei aan de boetseerclub en stelde de ovens beschikbaar. De boetseerclub had twee uitmuntende leermeesters: de pottenbakker-keramist Joep Felder (1908-1996) en de schilder Jean Flos. Vanaf 1936 is bij Russel-Tiglia sprake van een eerste 'industriële' productie van sieraardewerk. In 1940 bedroeg het aantal personeelsleden 133. De oorspronkelijk onafhankelijke boetseerclub was inmiddels vrijwel in zijn geheel geďntegreerd binnen het bedrijf. In december 1938 bestond de afdeling uit de volgende personen: J. Bongaerts (bedrijfsleider), A. Engelen, P. Killaars, H. Trienes (boetseerders) en L. Orval (gipsmodelmaker). In de oorlogsjaren maakt de sieraardewerkafdeling een stormachtige groei door tot 120 personeelsleden in 1942. Van 1941 tot en met 1950 is de sieraardewerkproductie voor Russel-Tiglia bedrijfseconomisch zeer belangrijk geweest. Réné Smeets had van 1942 tot 1955 de leiding van de Russell Tiglia. Daarna is Tye van Rens de laatste bedrijfsleider geweest. Er is voornamelijk religieus aardewerk gemaakt. Er werden ontwerpen uitgevoerd van Ch. Grips, W. Harzing, J. Maris, S.Nicolas-Nijs (SN), J. van Rhijn, R. Smeets (RS), F. Timmermans, J. Adams, Ch. Eyck (E), L. Manche, J. Moonen, O. van Rees, L. Schelfhout, J. Sondeijker, V. Sprenkels (VS), A. Termote (AT), J. Bongaerts (JB), A. Meertens, F. Tuinstra, J. Trapman, A. Wong Lun Hing (R), M. Oehlen, J. van Doorn, A. Viegen, J. Rab, L. Jans, A. van der Plas, F. Timmermans. Rond 1975 is uit Russel-Tiglia het bedrijf Tegula voortgekomen.
Bron Capriolus.nl